| Pantijn |
|
De ronzebons Daar ging hij dan, de poppenspeler, met zijn ronzebons (benaming van de oud-Hollandse poppenkast) op de schouders door de straten.
De kast bestond uit een houten frame dat met een rood of blauw geruite katoenen lap was overtrokken. Boven de toneelopening zat een driehoekig plankje, het droeg het opschrift: 'Elk past op zijn zakken', een waarschuwing tegen zakkenrollers! De kast werd opgezet op een plein (de Dam), een straathoek of de kermis. Voor de toneelopening hingen gordijntjes die opzij werden geschoven. Het decortje bestond uit drie schermen: op het ene was de herberg 't Zwaantje geschilderd, op het andere een huis, dat nu eens van Jan Klaassen, dan weer van iemand anders was, op het midden was een stadspoort afgebeeld. De speler deed de voorstelling in zijn eentje, zijn vrouw ging rond met de mansbak (centenbak). |
De ronzebons
|
| Pantijn |