| Pantijn |
|
Artikel uit Het Parool - Marijn de Vries - 19-05-2001 (door Wim Kerkhove ingekort) Zodra Misha Kluft de poppen over zijn handen laat glijden, verdwijnt de poppenspeler zelf bijna in het niets. Hij is er nog wel, maar kijken kun je niet meer naar hem. Want Jan Klaassen en Buurman Boef zijn tot leven gekomen. (....)(.......).
Een jaar geleden stond Kluft nog elke dag te wroeten in de Noord-Hollandse akkers. Het telefoontje van de voormalige poppenspeler van de Dam, Wim Kerkhove, kwam dan ook onverwacht. Kluft: "Wim vertelde dat hij na vijfentwintig jaar ging stoppen. Hij vroeg of ik hem wilde opvolgen." (....) "Ik had geen noemenswaardige ervaring met poppenkastspelen." Toch besloot Kluft ja te zeggen:"Ik hou wel van een uitdaging." Kerkhove nam geen halve maatregelen. Na de stoomcursus poppenspel gooide hij Kluft na twee weken genadeloos in het diepe, op de Dam. Daar sta je dan, armen in de lucht, aan ieder uiteinde een pop en honderdvijftig man publiek voor je kast. "Naar omstandigheden ging het best goed, die eerste voorstelling. Maar als ik terugkijk, nee, ik doe het nu heel anders." (......)(......)(......) Improvisatie, inspelen op het publiek, dat is de kracht van een poppenspeler. De waardering die toeschouwers daarvoor geven, is Klufts drijfveer. "Ik geniet ervan als het publiek helemaal opgaat in mijn verhaal. Soms schopt een kind eens tegen de kast: 'Jan Klaassen, let nou eens op!''' (.....) Een vetpot is het niet, het beroep van poppenspeler. Kluft moet leven van de gulheid van de toeschouwers op de Dam. (.....)(....) (.....) "Ik heb de wind goed in de zeilen, maar ik ben er nog lang niet." De poppenspeler glimt: "Maar er is maar één iemand die kan zeggen 'Ik ben dé poppenspeler van de Dam'. En dat ben ik.
|
Nieuwsarchief
2
|
| Pantijn |