Home

 Pantijn

De poppenspeler

Voorstellingen / lezingen

Opleiding

Zakelijk

Contact

Nieuws

Jan Klaassen

Plakboek

Links



Het Van Ostadetheater presenteert Het viswijf met Eliane Attinger (directeur) in de hoofdrol

Inleiding bij het verslag startbijeenkomst Jan Klaassen Academie

Wim Kerkhove (13 juli 2009)

 

               


 Het viswijf van Adriaen van Ostade1672

 

 Rijksmuseum Amsterdam
 

Het viswijf is een door OC & W gesubsidieerde nieuwe klucht (aantal bedrijven nog onbekend) van het Van Ostadetheater. Artistiek leider en directeur Eliane Attinger heeft om snel wat subsidiegelden binnen te krijgen een zogenaamde poppenspelopleiding uit de hoge hoed getoverd. Zij heeft altijd een bloedhekel gehad aan het Jan Klaassenspel en is van mening, dat Jan Klaassen er de oorzaak van is, dat het zogenaamde moderne poppenspel voor volwassenen in Nederland nooit echt van de grond is gekomen. Iedereen die je vraagt naar poppenspel, denkt aan Jan Klaassen en niet aan een speler die een baksteen manipuleert en gekke stemmetjes maakt voor een wandelend koffiekopje. Dat laatste noemt men wel theater met objecten, of object- of beeldend theater.

Gefrustreerde Nederlandse poppenspelers, poppenspelrecensenten en theaterdirecteuren moeten iemand de schuld geven voor hun tekort aan aandacht en erkenning. Dan is Jan Klaassen een dankbare zondebok en een heerlijke Kop van Jut. Als je er voor zorgt, dat je Jan Klaassen betrekt in je boekje, blaadje, interviewtje of wat dan ook, dan ben je verzekerd van (media)-aandacht. En als je Jan Klaassen dan ook nog eens lekker de grond intrapt, geeft dat blijkbaar even een heerlijk gevoel en het idee, dat als je het maar voor elkaar krijgt Jan Klaassen te begraven, jij eindelijk kunt beginnen met je leven als 'moderne' poppenspeler.

Als Jan Klaassen is uitgeschakeld, dan komt iedereen misschien eindelijk eens naar jouw poppenspelstukje kijken. Dat leuke stukje van jou, waarin je twee versleten washandjes met elkaar laat praten en elkaar laat liefhebben. Volgens het Aristotelische principe vereenzelvigt het publiek zich dan met de washandjes en wordt helemaal meegesleurd en tot tranen geroerd door de wrede scheiding van de twee geliefden, doordat er één gebruikt wordt voor de poepbillen van een krijsende baby of een demente bejaarde (later ook het lot van de ander). Je komt elkaar dan misschien nog eens tegen in de wasmand of de wasmachine. Een echt happy end zit er natuurlijk niet in, want de geschiedenis blijft zich herhalen, totdat je echt tot op de draad bent versleten.

Dat is nog eens drama, psychologische diepgang en heel iets anders dan wat je kunt meemaken met het zogenaamde 'flat character'- personage van Jan Klaassen, waar u over kunt lezen in het verslag van Attinger. Bewust wordt er aan voorbij gegaan, dat het bij Jan Klaassen gaat om een archetype en dat hij samen met de andere poppenpersonages een spiegel is van het totale menselijke zijn en dat de verwikkelingen tussen die personages de ontwikkeling van de mens weergeven, de strijd tussen de verschillende karaktereigenschappen (lees bijvoorbeeld 'Love of the seven dolls' van Paul Gallico).

Maar ja, Attinger is dan ook niet echt geïnteresseerd in Jan Klaassen. De Jan Klaassen Academie van het noodlijdende Van Ostadetheater is een initiatief om over de rug van Jan Klaassen subsidiegelden binnen te halen en zo zelf weer even te overleven.

Om u een idee te geven van de krombekkerij van mevrouw Attinger (in de rol van viswijf), heb ik hieronder haar hele verslag opgenomen van de startbijeenkomst van haar zogenaamde Jan Klaassen Academie. Het lijkt wel alsof zij zelf een flinke vishaak heeft ingeslikt. Zij heeft een onvolledig verhaal gepresenteerd, om zo de indruk te wekken dat alle sprekers op een lijn zitten als het gaat om hun afkeer van Jan Klaassen. Feike Boschma en Otto van der Mieden ken ik als pure Jan Klaassenliefhebbers. Zij hebben een en ander in perspectief willen plaatsen, maar zeker hun liefde voor het Jan Klaassenspel uitgesproken. Zij zijn door mevrouw Attinger niet in de gelegenheid gesteld commentaar te leveren op haar zogenaamde verslag.

NB 1 Viswijf: visverkoopster, visvrouw, feeks, furie, haaibaai, harpij, schreeuwlelijk

NB 2 Wim Kerkhove (1953), de Jan Klaassenspeler van Pantijn Poppentheater, heeft vanzelfsprekend geen medewerking verleend aan deze flauwekul, deze poppenkast van het Van Ostadetheater. Kerkhove heeft zijn eigen, enige, echte en onvervalste Jan Klaassen Academie. Dé opleiding waarmee hij, vanuit diepe passie, grote kennis en veel ervaring, zijn leerlingen het vak tot in de kneepjes bijbrengt. Jan Klaassen is niet dood, hij leeft!

 

VERSLAG STARTBIJEENKOMST JK ACADEMIE

door Eliane Attinger (7 april 2009)

Met inleidingen door:
Judith Marseille (theaterwetenschapper)
Rieks Swarte (theatermaker)
Otto van der  Mieden (directeur van het Poppenspelmuseum, Vorchten)
Feike Boschma (poppenspeler)

“Ken je klassieken!”
Zo begon theaterwetenschapper Judith Marseille haar lezing op de startdag van de JK academie. Judith Marseille doet ondermeer onderzoek naar families die in Nederland volkspoppenspel brachten, zoals de familie Cabaldi – Cabalt – op de Dam in Amsterdam. Judith schetste de geschiedenis van het poppentheater aan de hand van bekende karakters en de basistechnieken: handpop, marionet of draadjespop, stokpop en schimmen. Ze vertelde dat de geschiedenis van het toneel en die van het poppentheater door de eeuwen heen min of meer synchroon liepen, waarbij het poppenspel telkens een speciale bloei vertoonde in tijden waarin het toneel verboden was zoals in het Engeland van de 15e eeuw. Als gevolg hiervan komen bijvoorbeeld in toneelstukken van Ben Johnson stukjes poppenspel voor.

Volkspoppenspel kwam of komt overal ter wereld voor, soms met een rituele, soms met een feestfunctie. Het had ondermeer tot taak de gemeenschap bij elkaar te houden.
Jan Klaassen stamt af van Pulcinella, een van de Commedia dell’Arte figuren die in de 18e eeuw Europa veroverden. De naam Jan Klaassen is in de 19e eeuw verzonnen, de tijd van het opkomend nationalisme. Pulcinella heeft overal in Europa nazaten. In Frankrijk is dat Polichinelle en specifiek in Lyon Guignol, in Engeland Punch&Judy, in Duitsland Kasper, in Hongarije Lazlo Vitez, in Rusland Petruschka en in Turkije Karagoz. Deze poppenkast-karakters waren van origine grof, gewelddadig, antisemitisch en discriminerend. Naast het hoofdfiguur kent de bezetting van de poppenkast meestal nog een vrouw, soms met baby, een monster (boze hond, draak, krokodil), politieagenten, huisbazen en de dood. Na de oorlog bestond het traditionele Jan Klaassen spel eigenlijk nog nauwelijks. In Frankrijk en Italië daarentegen is het nog steeds aanwezig, weliswaar vooral als kindervermaak. In Engeland bestaat de meest levendige ‘scene’, met tal van spelers die de status van professor hebben en lid zijn van de Punch & Judy vereniging. Ze ontmoeten elkaar eens per jaar in Londen, in Covent Garden.

Naschrift Judith Marseille:
Door tijdgebrek is er naar mijn mening één aspect niet helemaal uit de verf gekomen: de specifieke karaktereigenschappen van het personage Jan Klaassen. Ik wil nog iets toevoegen over de psychologie van het personage. Jan Klaassen is een ‘flat character’; hij heeft slechts één of enkele overheersende karaktereigenschappen. Hij maakt geen psychologische ontwikkeling door binnen de voorstelling.

Personages in het kunstpoppentheater maken meestal wel een ontwikkeling door. Neem bijvoorbeeld het Poesjkin-stukje van Feike Boschma, waarin een prins een meisje zwanger maakt en haar verlaat. Jaren later komt hij terug, zij heeft zich inmiddels verdronken, en spreekt zijn spijt uit.

Het gebrek aan psychologische diepgang bij Jan Klaassen kan op het eerste gezicht een belemmering lijken, maar dat hoeft niet. Een goed voorbeeld van een film waarin de personages aan het eind nog net zo, in dit geval: hebberig, dom en afgestompt, zijn als aan het begin is ‘Burn after reading’ van de gebroeders Coen. Dat levert een sterk komisch effect op. In de opera ‘Punch & Judy ‘ (inderdaad: geïnspireerd door de Engelse poppenkast) van Harrison Birtwistle wordt de wreedheid van de personages dramatisch ook heel sterk ingezet. Hetzelfde geldt voor het toneelstuk van Franz Xaver Kroetz (gebaseerd op de Duitse poppenkast) ‘Die Eingeborene’.
Kortom, ook met personages van hout kun je nog veel kanten uit!

“Don’t act…play!”
Dit was de boodschap van Rieks Swarte, speler en maker van voorstellingen waarin visuele (decor)vondsten, poppen en andere objecten een hele belangrijke rol spelen.
Rieks Swarte vertelde over zijn wens om poppenspeler te worden toen hij twaalf jaar oud was. Toen hij 14 was, belde hij Feike Boschma op om het vak te leren. Hij kreeg een les. Door omstandigheden kwam het nooit tot een tweede les. In 1969 ontdekte Rieks Swarte in Berlijn het Bread&Puppet Theatre. Het was vormingstheater zoals hij dat kende van het Nederlandse gezelschap Proloog. Maar terwijl Proloog alleen de boodschap bracht, was het Bread&Puppet Theatre ook esthetisch en theatraal zeer de moeite waard. Ze maakten gebruik van poppentheater omdat dit de meest democratische vorm van theater is: het theater van het volk, de armen. De oprichter van het Bread&Puppet Theatre, Peter Schuman, is beeldhouwer. Hij stelde ooit dat poppen niet grappig en leuk zijn zoals de muppets, maar goden uitbeelden, betekenisvolle schepsels zijn.
(‘Puppets are not cute, like muppets. Puppets are effigies and gods and meaningful creatures’, 2000, Peter Schumann, Bread and Puppet Theatre). In de VS bestaat een mede door hem opgerichte vereniging van radicale poppenspelers (radical puppeteers).

Rieks Swarte bedacht uiteindelijk dat hij het poppenspel gewoon kon combineren met andere dingen die hij graag wilde doen zoals theatervormgeving en regie. Hij liet enkele voorbeelden uit zijn oeuvre zien en vertelde over de speelgoedvoorstellingen (Emiel en de Detectiven bij Discordia; Het Tapijt) en over de groter gemonteerde voorstellingen zoals De Gijsbregt bij TGA, Hondje bij het RO theater en Leeuwenhart bij Tryater. Het Jan Klaassen-spel, de poppenkast op de Dam, heeft hij gebruikt in de wervende filmpjes die hij voor Hetpaleis in Antwerpen maakte onder de titel Ik zoek Hetpaleis, aflevering 4 (zie youtube).
Tips van Rieks:
-    hou het simple
-    laat de illusie zichtbaar op toneel ontstaan – het publiek gelooft dan dat ze het zelf verzonnen hebben
-    de poppen moeten niet af zijn, het publiek maakt ze af
-    als je mensen iets wil bijbrengen over hoe de wereld in elkaar zit, dan moet het er (ook) mooi uitzien: theater gaat over betovering.

“Jan Klaassen is verkleuterd”
Otto van der Mieden zat op de Zonnebloemschool in Den Haag toen hij het “Handboek voor de Poppenspeler” van Wim Meilink in handen kreeg. Het inspireerde hem poppenspeler te worden. Uit die tijd, de jaren ‘50, kent hij veel opvoedkundige boekjes waarin Jan Klaassen de held was, zoals “Jan Klaassen kijk uit!”, om kinderen te leren hoe je de weg over moet steken. Jan Klaassen was geen gebocheld, grof gebekt, om zich heen slaand poppenkast-karakter meer. Hij werd nu gebruikt als rolmodel om kinderen op te voeden. Judith vult aan dat dit van origine Zweedse boekjes waren. In zijn beginperiode als jonge poppenspeler heeft Otto zich vooral afgezet tegen Jan Klaassen. Het was bedoeld als protest tegen het ouderwetse, slechte imago van dit type poppenspel. Traditie had in de jaren ‘60 en ‘70 geen enkele waarde. Later begon Otto poppen te verzamelen. Dat waren vooral traditionele, antieke poppen. Hij richtte het Poppenspelmuseum op dat nu in Vorchten staat in de provincie Gelderland.

Otto heeft kopieën van de verschillende poppenkastfiguren meegebracht: Pulcinella met masker, Punch (een handpop met beentjes), Guignol, Kasperle, Petruschka, een vrouwenfiguur (Gretl, vrouw van Kasper) en een monster, een krokodil. Het hoofdfiguur in de poppenkast zat doorgaans op de rechterhand van de poppenspeler. De vrouwenfiguren, beesten en monsters op de linker hand. In de traditionele stukken die opgevoerd werden in de poppenkast zit veel (grof) geweld. Er waren ook veel bijfiguren in de 19e eeuwse poppenkast die nu niet meer geaccepteerd zouden worden, zoals de koopman met een clichématig uiterlijk van jood of een clichématig negerfiguur.

“Jan Klaassen is een en al slapstick!”
Met Feike Boschma kijken we eerst naar de film Handpoppen en Marionetten uit 1986, waarin scènes uit het Jan Klaassenspel gereconstrueerd zijn met historische poppen en decors van Janus Cabalt, oprichter en bespeler van de Poppenkast van de Dam. De poppen komen uit de collecties van het Theater Instituut en het Amsterdams Historisch Museum. De film is gemaakt met medewerking van de poppenspelers Wim Kerkhoven en Feike Boschma, i.s.m. het Theater Instituut. Wim en Feike kwamen er toen snel achter dat er weinig bekend was over de Nederlandse poppenkast. Ze hebben onderzocht hoe je de poppen moest bespelen, welke scènes bij het spel hoorden, in welke volgorde ze gespeeld werden enzovoort.
Cabalt speelde niet alleen op de Dam, hij trok met zijn marionettentheater op een kar ook langs de grachten en speelde voor de kinderen die in de grachtenpanden achter het raam stonden. Soms werd hij uitgenodigd om binnen te komen spelen.

Feike vindt dat Jan Klaassen geen makkelijk onderwerp is om je in te verdiepen. “Wie speelt het nog?” Het is heel zeldzaam geworden. Er is nog wel een vaste poppenkast in Rotterdam, daar wordt enkele keren per week gespeeld door vijf verschillende poppenspelers. Telkens in september is er een marathon met alle spelers. Feike vind dat hij zelf geen echte JK-speler (handpoppenspeler) is, daar is hij te lyrisch voor aangelegd. De marionet is ‘zijn’ pop.

Vervolgens geeft hij aan hoe om te gaan met poppen op toneel:
-    een pop is gestileerd, daarom moet je niet te veel doen met de pop, hou het eenvoudig
-    poppen kunnen niet veel, je moet woekeren met wat ze wel kunnen
-    poppenspel leeft van een bepaalde naïviteit bij de toeschouwer
-    je moet kijken naar ‘Wat doet een pop met jou? en niet naar “Wat doe jij met een pop?”
-    als je een pop hebt gemaakt, is het goed om afstand te nemen. Laat ze even liggen, en pak het na een tijdje weer op
-    hou de vormgeving van poppen simpel en zo min mogelijk realistisch. Ze hoeven geen 'echte' ogen te hebben, wel een neus om de kijkrichting aan te geven

-    probeer tijdens het maken van een pop te vergeten wat je ook al weer wilde. Soms brengt het toeval iets heel speciaals en spannends in het figuur
-    Jan Klaassen is een en al slapstick; hij bestaat bij de gratie van gags, hij is grotesk en dat geldt eigenlijk in het algemeen voor het handpoppenspel; timing is dus heel belangrijk

Conclusies:
* er is vrij weinig bekend over Jan Klaassen; er zijn bijvoorbeeld geen teksten bewaard gebleven 
* het is een beladen onderwerp, poppenspelers hebben zich vanaf de jaren zestig massaal afgezet tegen Jan Klaassen i.v.m. het negatieve imago
* het volkspoppenspel is Europees erfgoed
* de poppenkast kun je vergelijken met onze tv, ook dat is een 'kast' waar veel geweld, seks en vermaak te zien is.

 

 

                 
       Home

     Nieuws

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

         

     

         
         

 

       

         
       
 

 

         
             

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

          

 Home

 Pantijn

De poppenspeler

Voorstellingen / lezingen

Opleiding

Zakelijk

Contact

Nieuws

Jan Klaassen

Plakboek

Links